de waanzin van Herakles

This collegium and forum are dedicated to the study, discussion, re-creation and application of classical Roman and Greek religion and philosophy.

Moderator: Aldus Marius

de waanzin van Herakles

Postby Quintus Aurelius Orcus on Sat May 14, 2005 11:44 pm

Salvete
--------------------------------------------------------------------------------------
Nacht. Herakles kan de slaap niet vatten. Hij ligt in zijn bed naast zijn vrouw Megara. Hij voelt zich onrustig. Hij weet niet waarom hij zich zo onrustig voelt. Er zijn geen vijanden in de buurt, noch zijn de Goden ver weg van hem. Niet zo ver van hem, liggen zijn kinderen en de kinderen van zijn halfbroer te slapen in hun slaapkamer. Herakles woont in een typische Helleens huis dat eigen is aan die tijd. Hij gooit zijn dekens weg en zet zich vervolgens recht op zijn bed.
Hij wrijft met zijn handen door zijn haar, niet begrijpend waarom hij niet in slaap kan vallen. Zijn vrouw en kinderen hebben er geen last van slapeloosheid. Het is al de derde week op een rij dat Herakles niet kan slapen. Drie weken met hoogstens 3 uur slaap. Dat is niet veel. Een mens heeft nu eenmaal minstens 6-8 uur slaap per dag nodig om goed te functioneren. Het feit dat Herakles al 3 weken ver niet geslapen heeft reflecteert zich op zijn dagelijkse karweien thuis. Hij verwaarloost ze. Hij besluit eens te wandelen door de straten. Hij denkt dat frisse lucht hem goed zal doen en misschien hem kan helpen in slaap vallen. Herakles stelt zich recht. Hij wandelt de slaapkamer uit richting de deur. Volledig gekleed. Verlaat hij zijn huis. Hij wandelt rustig door de straten. Hij wil geen fysieke inspanning doen waardoor hij weet dat het nog moeilijker zal zijn om in slaap te raken. Hij heeft ook proberen bidden tot de God Hypnos en zelfs tot de God Morpheus om hem te helpen. Hij heeft zelfs offers gebracht en wierrook verbrand in hun namen. Tot nu toe, zonder succes. Hij begint zich af te vragen waarom hem dit overkomt. Hij heeft de Goden geëerd zoals het hem werd geleerd door zijn moeder, die het geleerd heeft van haar ouders. Hij heeft ervoor gezorgd dat zijn kinderen het ook op dezelfde manier doen zoals hij het doet. Wat heeft hij verkeerd gedaan dat de Goden kwaad zijn op hem? Langzaam maar zeker krijgt hij het gevoel dat hij achtervolgd wordt. Hij kijkt achter zich en ziet net hoe enkele figuren weg glippen in de duisternis. Hij volgt ze maar ze ontsnappen steeds aan hem. Zelfs voor een halfgod die onmenselijk sterk is, lijkt het er op dat hij deze keer zijn vijanden niet kan pakken. Elke keer als hij ze ziet, ontsnappen ze elke keer aan hem en verschijnen ze terug achter hem. Het is pure waanzin. Herakles loopt achter menselijke figuren aan die steeds verdwijnen en steeds terug achter hem te voorschijn komen om dan weer achter hen aan te zitten. Elke keer als hij denkt ze te pakken te hebben als hij ze ziet in een doodlopende straat in lopen, vindt hij ze niet meer.
Na een halve nacht achter schimmen aangezeten te hebben, keert hij terug naar huis. Hij weet dat diezelfde schimmen hem achtervolgen. Hij doet er niets aan omdat hij te moe geworden is en geen wapens bij hand heeft. Die liggen thuis.
Bij zijn aankomst gaat hij richting slaapkamer. Daar haalt hij zijn zwaard als pijl een boog boven om zijn gezin te beschermen. Nu gaat hij vervolgens naar de centrale ruimte die recht uitkijkt op de deur. Gelijk bij alle Helleense huizen is deze ruimte niet overdekt en kijkt ze uit op een nachthemel waar geen wolkje maar ook te zien is. De maan is in zijn laatste fase gekomen vooraleer ze verdwijnt. Daar plant hij zich neer om zijn schimmen op te wachten.
Hij wacht. Hij blijft wachten tot hij even indommelt. Als hij terug wakker wordt ziet hij zijn schimmen voor hem staan in de duisternis.
‘Toon uzelf! Ik wil weten met wie ik te maken heb!’
Herakles stelt zich recht – in een defensieve houding. De schimmen komen in het licht van de maan terecht – het weinig licht dat het uitzendt, maar het is genoeg voor Herakles de schimmen te identificeren als de Minyaanse soldaten, 6 soldaten die hij gedood had in de slagveld tussen Thebanen en Minyans. Hij verschiet zich een bult. Het laatste wat hij gedacht had was geconfronteerd te worden met de zielen van de vijanden die hij gedood heeft. Hij weet dat er geesten kunnen ronddwalen op Aarde, maar dit gaat zelfs voor Herakles te ver. Normaal gezien zou hij weten wat te doen, maar door dat hij slaap te kort komt, panikeert hij en valt de geesten aan - iets wat belachelijk is - want geesten zijn wezens die geen materiele lichamen hebben – dus kunnen ze ook niet verwondt worden door fysieke wapens.
Hij schiet eerst zijn pijlen af om de soldaten. Na 8 pijlen snel elkaar opvolgend afgeschoten te hebben, vallen er 4 soldaten neer op de grond. De overige twee willen vluchten, maar Herakles zet de achtervolging in. Hij grijpt ze vast, klopt ze met hun hoofden tegen elkaar en gooit ze vervolgens op de grond. Hij grijpt zijn zwaard vast met zijn linkerhand en is van plan om de 2 soldaten vervolgens ook te vermoorden als straf om zijn huis binnen te vallen en zijn gezin te bedreigen. Maar vooraleer hij kon uithalen naar hen, smijt een onbekende - maar zeer krachtige en onbekende macht hem tegen de muur van zijn eigen huis. Herakles kijkt naar de soldaten en rondom hem in de hoop zijn vijand te zien die hem tegen de muur geklopt had. Spijtig genoeg voor Herakles ziet hij zijn vijand niet die hem dit gelapt heeft. Hij ziet de twee soldaten rechtkomen. Hij merkt op dat ze niet goed weten wat ze moeten doen. Op dat moment veranderen de twee soldaten in de 2 kinderen van zijn broer Iphikles. De schok van wat hij ziet zorgt ervoor dat Herakles het bewustzijn verliest.
De volgende ochtend wordt hij wakker gemaakt door zijn halfbroer en zijn neef Theseus. Theseus is nog redelijk jong. Hij is 16 jaar en groeide op met Herakles.
Herakles! Herakles! Wakker worden?’ Roepen Theseus en Iphikles.
‘Wat er is gebeurd?’ Vraagt Herakles met een verdwaasde blik in zijn ogen. Het is nog niet goed doorgedrongen bij Herakles wat er precies gebeurd is. Het laatste wat hij zich herinnerde was dat hij 2 Minyaanse soldaten zag veranderen in zijn 2 neefjes. Hij verteld dit ook aan zijn broer. Theseus luistert aandacht gelijk Iphikles. Ze kijken elkaar vragend aan - niet goed wetend wat er precies gebeurde.
‘Uhm, we hebben geen soldaten gezien noch sporen van hen gevonden, Herakles.’
‘Als ze hier waren, hadden we sporen gevonden van hen.’ Verteld Theseus die opgeleid werd door Herakles in verschillende manieren van vechten als sporen zoeken.
‘Dat kan niet. Ik had er 4 gedood vooraleer ik tegen de muur gesmeten werd?’ Herakles zet zich recht. Hij begrijpt nog altijd niet goed wat er aan de hand is. Zijn broer als Theseus willen hem tegenhouden. Hij kan aan hen zien dat er iets niet pluis is. Hoewel ze zelf niet goed beseffen hoe ze het moeten vertellen aan hem, stelt Herakles zich recht. Op dat moment dringt het tot hem door wat er precies gebeurd is. Hij ziet zijn vrouw en zijn 3 kinderen dood op de grond met elk 2 pijlen in hun lichaam zittend – pijlen die elke mens fataal zou zijn. Hij loopt naar hen toe in de hoop dat het maar een slechte droom was. Hij pakt zijn vrouw vast in zijn armen. Hij begint te huilen van verdriet - verdriet dat hij zijn vrouw en kinderen kwijt is. Datzelfde verdriet maakt al snel plaats voor woede. Hij wil weten wie het gedaan heeft. Hij haalt de pijlen uit hun levensloze lichamen en bestudeert ze. Hij weet dat die pijlen zich aan iets doen denken, maar kan er maar niet op komen. Langzaam aan, kruipt het besef in zijn gedachten dat hij wel eens verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de slachtpartij. Hij loopt nu naar zijn eigen koker die wat verder op ligt op de grond - naast de plaats waar hij de vorige nacht wacht gehouden heeft. Hij haalt een pijl eruit en vergelijkt ze met de pijlen die hij uit de lichamen van zijn vrouw en kinderen gehaald heeft. Ze zijn exact dezelfde.
Herakles valt op zijn knieën beseffend dat hij verantwoordelijk is voor de slachtpartij. Hij is degene die Megara en hun kinderen vermoord heeft. Tranen rollen over zijn wangen als hij begint te wenen voor de tweede keer. Deze keer niet alleen van verdriet, maar ook van schuld en wroeging. Hoewel hij het niet goed weet wat er precies gebeurd is, weet hij dat HIJ de moordenaar is van zijn gezin en dat HIJ moet boeten. Zijn halfbroer en zijn neef Theseus staan te kijken naar Herakles - zelf niet goed wetend wat ze moeten doen. Het enige wat ze kunnen doen is Herakles proberen overhalen in vrijwillige ballingschap te gaan. Herakles merkt zijn zwaard op die op geen 5 meter van hem ligt. Voor hem is de situatie uitzichtloos. De magistraat is op komst als de vader van Megara, de koning van Thebe. Beseffend dat de situatie uitzichtloos is en liever sterft door zelfmoord dan vermoord te worden door gewone soldaten - grijpt hij zijn zwaard vast en staat klaar om zelfmoord te plegen. Juist op dat moment dat hij zijn zwaard in zichzelf ging rammen, houd Iphikles hem tegen. Theseus was op dat moment niet in dezelfde ruimte als hen. Iphikles weet zijn goddelijke halfbroer te van overtuigen dat zelfmoord niet de oplossing is voor hem, maar vrijwillige ballingschap wel. Als hij vrijwillig in ballingschap gaat en zich laat reinigen door een andere koning gelijk koning Thespios, dan kan hij het Orakel van Apollon De Lichtgevende bezoeken en vragen wat hij kan doen om boete te doen voor zijn misdaden.
Herakles laat het zwaard vallen en verlaat neerslachtig zijn eigen huis. Hij wandelt richting Thespios in de hoop dat hij hem wil reinigen van deze misdaad zodat hij Delphi kan bezoeken en vragen aan de Pythia wat er verlangd wordt van hem van de Goden om boete te doen. Als hij er toch is, kan hij ook vragen wat er precies gebeurd is – aangezien de Pythia wel het antwoordt zal weten op de vraag wat er gebeurd is. Maar Herakles weet het antwoordt al. Hij is krankzinnig geworden van te weinig slaap en begon te hallucineren waar hij niet meer kon terugkeren naar de realiteit en vastzat in zijn fantasie waar hij bedreigd werd door vijandige soldaten.
--------------------------------------------------------------------------------------
Valete optime

Quintus
Quintus Aurelius Orcus
Rector ColRel
Rogator
Princeps gentis Aureliae
User avatar
Quintus Aurelius Orcus
Senator
Senator
 
Posts: 937
Joined: Sat Sep 14, 2002 5:05 pm
Location: Ghent, Belgica

Postby Quintus Aurelius Orcus on Mon Jun 06, 2005 11:07 am

Salvete

Als iemand zich geroepen voelt, om deze verhalen van Herakles te vertalen naar het Engels, laat mij dan weten. De vertaling die ik gemaakt heb van het verhaal, trok op niet veel.
valete optime

Quintus
Quintus Aurelius Orcus
Rector ColRel
Rogator
Princeps gentis Aureliae
User avatar
Quintus Aurelius Orcus
Senator
Senator
 
Posts: 937
Joined: Sat Sep 14, 2002 5:05 pm
Location: Ghent, Belgica

Het Delphisch Orakel Deel 1

Postby Quintus Aurelius Orcus on Sun Jul 10, 2005 11:12 pm

Salvete
--------------------------------------------------------------------------------------
Het Delphische Orakel deel 1

Middag. Uren nadat Herakles zijn huis heeft verlaten om vrijwillig in ballingschap te gaan, komt de vader van Megara toe. Kreon is de naam van de man. Hij werd gebracht in een koets met twee paarden. Aan zijn kledij te zien, heeft hij het duidelijk gekocht op de Agora. De meeste gezinnen maken zelf hun kledij. Hij draagt linnen kleren. In tegenstelling tot gewone mensen, zijn de kleren van Kreon gekleurd. Er bovenop zijn er acht soldaten meegereden op paarden, die naast de koets rijden. Ze dragen standaardkledij voor Thebaanse soldaten. Zolang heeft de man er niet over gedaan om tot het huis te raken. Het huis van Herakles en Megara bevond zich net buiten de stadsgrens. De koning draagt kledij gepast voor een koning. Hetzelfde geld voor de soldaten en de menner. De soldaten hebben hun schild bij de hand als hun zwaard die in de schede zit. Hij weet nog niet wat er precies gebeurd is, alleen dat zijn dochter en zijn kleinkinderen dood zijn. Bij zijn aankomst verbleken de gezichten van Theseus en Iphikles. Ze stonden buiten, aan de ingang van het huis. Ze weten dat Kreon er niet blij mee zal zijn met het feit dat Herakles de dader is. Zijn lijfwachten zorgen dat de omgeving veilig is voor de koning. Kreon stapt naar het huis toe, maar wordt tegen gehouden door Iphikles. Kreon had hen al opgemerkt en merkte op dat hun gezichten lijkbleek waren. Hij vermoedt dat de misdaad te erg is om in woorden om te zetten. Hij wordt er niet goed van bij het vermoeden dat zijn dochter en kleinkinderen vermoord werden door een monster. Hij kan van Iphikles zijn gezicht aflezen dat hij bang en verbijsterd is.
‘Sire, je wilt hier niet naar binnen gaan.’
‘Hoe erg is het?’ Vraagt een bange Kreon aan Iphikles. Het is aan de toon van zijn stem te horen dat Kreon bang is om geconfronteerd te worden met de realiteit dat zijn dochter dood is. Dat ze dood is, vindt hij erg, maar hij vindt het nog erger dat zijn kleinkinderen er ook moesten aan geloven. De magistraat komt naar buiten. Hij ziet Kreon daar staan, pratend met Iphikles. Met tegenzin gaat hij naar de koning toe om hem het slechte nieuws te brengen. Theseus glipt naar binnen. Normaal gezien mag hij geen contact hebben met de kinderen, maar hij wil weten hoe ze het stellen. Hij vindt ze in de kamer waar ze sliepen. Er waren twee bedden in de kamer plus een mini – altaar om eventueel te bidden tot - en offers te brengen aan de voorouders en lokale helden als Goden.
‘Sire, het is erg. Het misschien best dat je niet naar binnen gaat.’ Antwoordt Iphikles.
Hij wil Kreon niet vertellen dat het zijn halfbroer was die Megara en de kinderen vermoord had. Als hij kijkt naar de magistraat die naar hen toe komt – hoopt hij dat hij het hem ook niet zal vertellen – of zich afvragen waar Herakles naartoe is. Iphikles weet dat in zijn huidige toestand, Herakles niet ver geraakt is. Hij zal meer tijd nodig hebben om Thebe te verlaten en zijn weg te vinden naar Thespiai. Iphikles beseft dat als Kreon te weten komt dat Herakles de moordenaar is, hij zijn soldaten op hem zal afsturen om hem ofwel gevangen te nemen en dan te berechten voor de magistraat, ofwel hem te doden. Er is meer kans dat hij hem wel laat berechten, maar hij kan geen risico’s nemen.
‘Sire, ik moet Iphikles hier gelijk geven. Onder de omstandigheden is het best dat je niet naar binnen gaat.’
Iphikles laat Kreon achter bij de magistraat en zoekt achter Theseus binnen om hem erop uit te sturen om Herakles te gaan zoeken en diens trektocht te versnellen vooraleer Kreon zijn mannen achter hem aan stuurt.
‘Wat is er precies gebeurd? Zijn er overlevenden?’
‘Sire, er zijn twee overlevenden; de kinderen van Iphikles hebben de slachtpartij overleefd. De overige bewoners zijn gestorven.’
‘En Herakles?’
‘Herakles hebben we niet gevonden. Alles wijst erop dat hij het overleefd heeft. We weten juist niet of hij aanwezig was toen het gebeurde. De kinderen zijn te zwaar getraumatiseerd om maar ook iets nuttigs te kunnen vertellen. Noch zijn halfbroer en noch Theseus weten niet waar hij is.’ Vertelt de magistraat op een kalme toon aan de koning.
--------------------------------------------------------------------------------------
Valete optime

Quintus
Quintus Aurelius Orcus
Rector ColRel
Rogator
Princeps gentis Aureliae
User avatar
Quintus Aurelius Orcus
Senator
Senator
 
Posts: 937
Joined: Sat Sep 14, 2002 5:05 pm
Location: Ghent, Belgica

Postby Quintus Aurelius Orcus on Sun Jul 10, 2005 11:13 pm

Salvete
--------------------------------------------------------------------------------------
Theseus die bij de kinderen van Iphikles zat om hen te troosten en te kalmeren verschiet als hij Iphikles ziet naar binnen rennen. Hij begrijpt het niet goed wat er aan de hand en waarom hij opgewonden is. Iphikles neemt Theseus apart en vertelt hem dat hij achter Herakles aan moet en hem zo snel mogelijk naar Thespios brengen vooraleer Kreon hem vindt. Met Kreon, die afweet van de mogelijke betrokkenheid van Herakles bij deze slachtpartij, kan alleen slecht nieuws betekenen. Als hij berecht wordt, zal Herakles zeker veroordeeld worden voor de moorden. Dat staat vast. En dat willen ze vermijden. Iphikles laat ook blijken dat hij het beter in het geheim doet, want Kreon mag niet weten dat ze op de hoogte waren van wat er gebeurd is. Theseus glipt langs achteren naar buiten. Daar staan zo’n viertal paarden, vastgebonden aan een blok, klaar om bereden te worden. Hij neemt het eerste beste, bestijgt het en rijdt er mee weg. Herakles sleept zichzelf verder bij manier van spreken. De schuldgevoelens die door hem gaan, verteren hem langzaam maar zeker. Hij is zijn levenslust kwijt. Het enige wat hij op dit moment wil doen is sterven. Hij is aan het wandelen op een wandelpad door een bos net buiten Thebe. Hij moet nog vele kilometers reizen vooraleer hij zijn bestemming heeft bereikt. Maar op dit moment zit de halfgod in een emotioneel zwart gat. Het is te zien aan zijn ogen dat hij gehuild heeft. Hij zet zich neer op de grond. Rond hem is er gras, staan er struiken en bomen. Gedachten en herinneringen aan Megara en de kinderen spoken door zijn hoofd. Het zijn liefdevolle gedachten die het nog erger maken voor hem om verder te gaan. Hij wrijft terug met zijn handen door zijn haar uit frustratie. De vraag van waarom het gebeurde, waarom hij wekenlang niet kon slapen spookt door zijn hoofd. Het was pas nadat hij zijn gezin had uitgemoord hij goed geslapen had. In die weken was het al eens voorgevallen dat hij het bewustzijn verloor, maar na een tijdje werd hij dan terug wakker. Hij viel niet in slaap zoals de nacht voordien. Hij beseft maar al te goed dat hij Megara niet altijd graag gezien heeft. Liefde was niet de reden waarom ze huwden. Ze werd aan hem uitgehuwelijkt omdat hij Thebe verlost had van de bergleeuw die de streek onveilig maakte en meehielp het vijandige leger in de pan te hakken. Hij had er geen spijt van met haar gehuwd te zijn. Het was een goed huwelijk. Zij was er om een erfgenaam te bezorgen aan zowel Herakles als aan Kreon. Maar na verloop van tijd werd hij toch verliefd op haar, zelfs nadat ze haar plicht vervulde als echtgenote, bleef hij van haar houden. Die gevoelens voor haar maakt de situatie er niet beter op. Voor hem is er op dat moment maar één uitweg meer, zelfmoord. Hij heeft vier onschuldige levens genomen, dus moet hij zijn leven opofferen om het proberen goed te maken. Zo redeneert Herakles op dat moment. Hij is radeloos. Hij voelt aan dat hij geen kant meer op kan, behalve één.
Er is nog één optie die hij nog niet gebruikt heeft, bidden. Hij kan zich richten tot de Goden in de hoop dat ze hem willen helpen. Dus begint hij te bidden tot zijn hemelse vader Zeus. Hij staat recht en heft zijn handen op naar de hemel en bidt. Hij bidt volgens de norm waar hij eerst de naam van de God vernoemt en vervolgens de titels van de God opsomt om dan te volgen met hoe hij Zeus geëerd had in het verleden om dan vervolgens te eindigen in het verzoek te noemen en de God te bedanken voor het luisteren naar hem.
‘Aanhoor me, O Hemelse Vader Zeus, koning der Goden,
Vader van Goden en mensen, Zeus Aliterios, Zeus Boulaios, Zeus Eleutherios, Zeus Euboulos, Zeus Hiksios, Zeus Horkos, Zeus Hupatos, Zeus Hypsistos,
Zeus Kataibates, Zeus Katakhthonios, Zeus Kathatsios, Zeus Soter, Zeus Xenios, Alziende Vader.
Gij die vele namen en titels hebt, aanhoor mij smeekbede alstublieft.
Ik vraag u om uw wijze raad - gij die de wijze Metis verslonden hebt – en om uw hulp om mij te helpen in deze duistere tijd.
Alziende Vader, ik heb mijn vrouw en kinderen vermoord. Ik wil gereinigd worden van deze miasma. Help mij.
Ik zal offers als plengoffers brengen in uw naam. De rook van geslachte stieren zal naar de hemel stijgen alsook de rook van verbrande wierrook.
Ik kom voor u te staan met de eed dat ik boete zal doen voor mijn daden en aanvaard de straf die jullie – de Goden - mij opleggen.
Dank U.’
--------------------------------------------------------------------------------------
Valete optime
Quintus Aurelius Orcus
Rector ColRel
Rogator
Princeps gentis Aureliae
User avatar
Quintus Aurelius Orcus
Senator
Senator
 
Posts: 937
Joined: Sat Sep 14, 2002 5:05 pm
Location: Ghent, Belgica

Postby Quintus Aurelius Orcus on Sun Jul 10, 2005 11:14 pm

Salvete
--------------------------------------------------------------------------------------
Herakles raapt de moed terug bijeen. Hij zet zijn reis verder in de hoop dat zijn Alziende Vader hem gehoord heeft. Hij wandelt verder op het pad. Zijn gedachten keren terug naar de vorige nacht. Hij blijft neerslachtig tot wanneer hij een jongeman tegenkomt. Wat vreemd is aan de jongeman is dat er geen decoraties staan op zijn tuniek. Bij Thebanen staan er decoraties op hun tunieken die duidelijk laten merken dat ze van Thebe zijn. De jongeman is niet zo groot. Hij is kleiner dan Herakles, kort haar, geen baard – wat wijst dat hij nog jong is. Hij draagt sandalen en een witte linnen tuniek. Ze groeten elkaar als vreemden – behalve dat de jongeman Herakles herkent. De aanwezigheid van de jongeman heeft een betoverende invloed op Herakles. Hij lijkt voor een korte periode te vergeten wat er gebeurd is en is geconcentreerd op de jongeman. De jongeman was op weg naar Thebe toen hij Herakles tegenkwam. Hij kon zien dat hij niet blij was. Hij wist misschien niet wat er de vorige nacht gebeurd is. Maar hij voelt wel aan dat er iets ergs aan de hand is met hem.
‘Hé, jij bent Herakles? Wow. Ik had nooit gedacht een halfgod te ontmoeten.’
‘Ja, ik ben hem. Neem het van mij aan halfgoden worden overschat. Zoveel verschillen we ook niet van de rest van de Mensheid.’
‘Ja, maar toch. Voor een gewone Boeotiër is dit grote nieuws. Gewone mensen kunnen hun hele leven lang ver geen bekende mens tegenkomen - zeker geen halfgod zoals Herakles.’ De jongeman is duidelijk opgetogen van de ontmoeting met Herakles. Iets dat Herakles niet echt deelt. Hij is niet in de stemming om echt opgewonden te zijn of om zelfs te doen alsof. De jongeman wandelt verder mee met Herakles terwijl die laatste zijn reis wil verder zetten. Herakles is niet opgezet met een mogelijke reisgezel en laat het snel duidelijk maken dat hij geen gezelschap wil.
‘Zeg, moet je de andere kant niet op?’
‘Ja, ik was op weg naar Thebe. Ik kwam van Thespiai.’
‘Echt?’ Herakles is nieuwsgierig. Hij kent zelf de weg niet goed, maar nu hij iemand heeft ontmoet die de weg wel kent, kan dit in zijn voordeel werken. De vraag is of hij wel zin heeft in gezelschap. ‘Wat is uw naam, vreemdeling?’
‘Mijn naam is Pallas.’ Antwoordt de vreemdeling.
‘Pallas?
‘Ja, Pallas.’
‘Meen je dat nu?’
‘Ja.’
‘Je weet toch dat je genoemd werd naar een naam van een God?’
‘Ja, dat weet ik.’
‘Wel Pallas. Ik heb niet echt zin in gezelschap, maar ik moet wel tot bij Koning Thespios raken. Kun je mij begeleiden tot daar?’
‘Dat is geen probleem. Je kunt op mij rekenen.’
Kreon had zijn mannen erop uitgestuurd om Herakles in te rekenen. Hij is vastberaden om Herakles voor het gerecht te brengen zodat hij antwoorden kan krijgen op de vraag of hij er iets met de moorden te maken had. Hij heeft een beloning uitgereikt van dertig goudstukken. Dit zorgt ervoor dat mensen uitkijken naar Herakles en als ze hem zien, de soldaten verwittigen. Pallas en Herakles wandelen verder het bos in. Ze zeggen niets tegen elkaar. Pallas durft niet veel zeggen tegen Herakles uit vrees dat die zijn zelfbeheersing zal verliezen en hem vervolgens te doden. Ze wandelen een heuvel op waar het pad verder gaat. Ze blijven het wandelpad volgen. Ze gaan alsmaar verder het bos in en het valt op. Hoe verder ze gaan in het bos, hoe dichter de bomen en struiken op elkaar staan. Halverwege het bos, probeert Pallas toch Herakles uit te vragen wat er precies gebeurd is. Hij weet niet echt goed hoe hij het moet aankaarten. Hij weet wel dat hij voorzichtig zal moeten zijn. Hij beseft dat wat er ook gebeurd is, het erg is.
‘Herakles. Zeg me als ik te ver ga, maar wat is er precies gebeurd?’
‘Zijn uw zaken niet.’ Antwoordt Herakles. Herakles wil niet echt in zijn kaarten laten kijken.
‘Dat weet ik. Maar je ziet er slecht uit en wat er ook gebeurd is … ‘
‘Misschien heb je mij niet goed begrepen?’ Onderbreek Herakles hem. ‘Ik had nochtans duidelijk gezegd dat ik geen zin had in gezelschap en ik heb zeker geen zin om mijn privé-leven te delen met een totale vreemde.’ Herakles laat duidelijk merken dat hij niet opgezet is met het gezelschap.
‘Ok, het is goed. Je moet niet antwoorden als je niet wilt.’
‘Goed. Fijn dat we op dezelfde lijn zitten.’ Antwoordt een norse Herakles.
--------------------------------------------------------------------------------------
Valete optime

Quintus
Quintus Aurelius Orcus
Rector ColRel
Rogator
Princeps gentis Aureliae
User avatar
Quintus Aurelius Orcus
Senator
Senator
 
Posts: 937
Joined: Sat Sep 14, 2002 5:05 pm
Location: Ghent, Belgica

Postby Quintus Aurelius Orcus on Sun Jul 10, 2005 11:15 pm

Salvete
--------------------------------------------------------------------------------------
Ze wandelen verder. Herakles’ gedachten keren terug naar de nacht voordien, maar vanwege de aanwezigheid van Pallas, houdt hij zich sterk. Hij wil zich niet belachelijk maken in het bijzijn van een jonge man, een mooie jongeman. Hoezeer hij ook wil huilen, hij wil er niet aan toegeven. Hij weigert om zich zwak op te stellen in het bijzijn van de aantrekkelijke Pallas. Herakles voelt een zekere seksuele aantrekkingkracht tussen hem en Pallas. Iets wat hij niet echt als normaal beschouwd kan worden aangezien zijn gezin dood is. Maar dan heeft hij hen vermoord en is hij een moordenaar. Moordenaars trekken zich nu eenmaal niet veel aan van sociale normen. Ze doen hun zin. Daarin is Herakles een buitenbeentje. Hij is geen gewone moordenaar. Naarmate de dag vordert en de zon voorbij haar piekuur is, begint hij te beseffen dat er meer achter zat. Dat hijzelf zijn gezin vermoorde. Ze wandelen verder en komen tegen de late middag aan het einde van het wandelpad in het bos. Hij blijft nadenken over wat er precies zou gebeurd zijn, wat de oorzaak was van zijn slapeloosheid en zijn illusie.
Na een week, hebben ze dan ook de poorten van de stad bereikt. Ze hebben geen woord tegen elkaar gesproken. Het was een echte proef voor Herakles om zich de hele tijd sterk te houden voor Pallas. Bij het bereiken van de stadspoorten van Thespiai, stopt Herakles. Hij draait zich om de zonsondergang te zien. De zon is aan het zakken. Hij hoort iemand zijn naam roepen. De oorsprong van de stem lijkt veraf, maar komt dichterbij elke keer als hij het hoort. Hij zoekt vanwaar het vandaan komt en merkt Theseus op. Hij rijdt op één van Herakles’ paarden. Hij wil ze tot Pallas wenden om hem te zeggen dat, dat zijn neef is, die aan komt rijden - als hij opmerkt dat Pallas niet meer naast hem staat. Hij kijkt om zich, geen Pallas. Naast hem staat Pallas ook al niet. Theseus merkt van op een afstand dat zijn neef raar doet. Herakles begint zich nu af te vragen of Pallas wel echt was. Was hij hem wel degelijk tegengekomen, of was het een illusie die hij ontmoette?
Is hij nu zijn verstand aan het verliezen of niet? Waarom ziet hij dingen die er niet zijn? Die vragen spoken door zijn hoofd en het zijn vragen die antwoorden eisen.
Als Theseus Herakles bereikt, verteld hij zijn neef niet wat er gebeurd is. Hij kruipt achterop op het paard en rijdt mee met Theseus naar het paleis. Ze rijden rechtstreeks tot aan het paleis waar ze worden tegengehouden door de wachters. De hele stad is goed versterkt vanwege zijn positie. Het stond op gelijke grond omsingelt door lage heuvels die oostwaarts liepen naar de voet van de berg Helicon tot aan Thebe. Het ligt ook naast een rivier. De stad zelf had een citadel zoals Athene er een had, waar de mensen ook woonden. Het was verstandig om te wonen op een versterkte burcht die hoger gelegen was dan de gelijke grond. De stad was ook omringd door een muur en had stadspoorten. Eros als Dionysos werden hoog geschat bij de Thespiërs. Ze vereerden hen boven alle andere Goden. Maar Eros is wel de God die al vereerd werd voor Dionysos, want in een tempel van Eros staat er een steen die onaangeraakt werd door mensen, wat de mensen beschouwen als het primitiefste beeld van Eros. Die verschillen niet zoveel van de Thebaanse soldaten die Kreon vergezelden. Behalve dat de decoraties anders zijn. Het paleis is niet echt iets merkwaardigs. Het is een burcht waar de koning en zijn gezin wonen. De wachters laten hem door als ze horen dat het Herakles is die op bezoek komt bij de koning om hem te reinigen. Ze weten dat een koning niet mag weigeren, om een moordenaar te reinigen als die daar komt om vragen. Koning Thespios zat aan tafel als zijn wachters Herakles naar binnen begeleiden. Theseus weet niet goed te denken van wat hij ziet. Hij ziet een lange tafel met minstens vijftig jonge mooie vrouwen, verschillende oudere vrouwen en één man; Thespios. De vrouwen die in traditionele gekleurde, vrouwentunieken dragen eten gewoon verder. De koning draagt een gewone, gekleurde tuniek, met een kroon op zijn hoofd. In de kamer staan er vier standbeelden die waarschijnlijk voorouders zijn van Thespios. Er bevindt zich ook een altaar met ministandbeeldjes die erop staan. Als Thespios Herakles opmerkt, vraagt hij zich af wat hij komt doen in zijn paleis. Een van de wachters kondigt hun aanwezigheid aan.
--------------------------------------------------------------------------------------
Valete optime

Quintus
Quintus Aurelius Orcus
Rector ColRel
Rogator
Princeps gentis Aureliae
User avatar
Quintus Aurelius Orcus
Senator
Senator
 
Posts: 937
Joined: Sat Sep 14, 2002 5:05 pm
Location: Ghent, Belgica

Postby Quintus Aurelius Orcus on Sun Jul 10, 2005 11:15 pm

Salvete
--------------------------------------------------------------------------------------
‘Koning, koningin, prinsessen, mag ik jullie voorstellen; Herakles en Theseus.’
Bij het horen van die naam, kijken de vijftig prinsessen op van nieuwsgierigheid.
‘Nobele Herakles, Theseus, wat kan ik voor jullie doen’
‘We zijn hier gekomen op advies van Iphikles, om Herakles te laten reinigen van zijn miasma.’ Antwoordt Theseus.
Iedereen kijkt weg, behalve Thespios die nu rechtstaat en op Herakles afwandelt.
‘Wat heb je uitgestoken, nobele Herakles dat ik je er moet van reinigen?’ Vraagt een nieuwsgierige Thespios aan Herakles in de hoop te weten te komen wat er gebeurd is.
Herakles wil vertellen wat er hem overkomen is, maar krijg het niet over zijn lippen. Theseus merkt op dat zijn neef het moeilijk heeft om uit te leggen waarom hij naar Thespios is gekomen om gereinigd te worden van moord. De spanning is om te snijden als Herakles het niet kan uitleggen waarom hij naar hem gekomen is.
‘Nobele koning, Herakles komt naar u om gereinigd te worden van de moordzonde.’
Thespios kijkt eerst richting Theseus en vervolgens terug naar Herakles en vraagt aan deze laatste: ‘Welke moord?’
‘De moord op zijn vrouwen en kinderen, Sire.’ Vertelt Theseus aan Thespios.
Dat antwoordt stuurt een golf van verontwaardiging en verachting door de kamer. Iedereen die het gehoord heeft is geshockeerd. Ze hadden het nooit verwacht van Herakles dat hij zijn eigen gezin zou vermoorden. De mensen eten verder en doen hun best om er niet op te letten wat ze zonet gehoord hebben. Thespios biedt zijn gasten een plaats aan zijn tafel om mee te eten. Herakles en Theseus aanvaarden het. Ze hebben honger en het zou onbeleefd zijn om dat te weigeren. Na het eten roept hij Herakles bij zich in zijn kamer om met hem te praten. Theseus blijft achter in de eetkamer met de rest van het koninklijke gezin. Thespios had Herakles bij zich geroepen in een ruimte waar een altaar staat voor de Godin Hera. Het dient als een soort kapel voor de man.
‘Herakles weet je dat koning Kreon dertig goudstukken uitvaardigt voor degene die hem helpt in het opsporen van u?’
‘Neen, dat wist ik niet. Ik heb Kreon niet gesproken na wat er gebeurd is.’
Herakles merkt het altaar op, maar zegt er niets van. Hij heeft niets tegen mensen die Hera aanbidden.
‘Als hij te weten komt dat je bij mij bent, zal hij wellicht beseffen dat jij verantwoordelijk bent voor de dood van zijn dochter. Ik kan u beschermen en doen wat je wilt,voor een zekere prijs?’
Herakles beseft dat hij gemanipuleerd wordt door de koning, maar omdat hij niet veel opties bezit, heeft hij geen andere keus dan er op in te gaan. Hij had gehoopt dat hij zou geholpen worden zonder dat er iemand iets voor terug vraagt, maar bij koningen is dat onmogelijk. Hij denkt ook te weten wat de prijs zal zijn. Thespios zal willen dat Herakles vrijt met zijn vijftig dochters. Herakles is eenmaal begeerd onder koningen vanwege zijn goddelijke Vader. Ze willen allemaal kleinkinderen van Herakles via een unie met hun dochters. Herakles denkt dat,dat de prijs zal zijn die hij zal moeten betalen. Herakles toont dat hij akkoord gaat met de regeling. Thespios is opgetogen met dit nieuws en roept één van zijn slaven bij zich. Hij beveelt hem Herakles te begeleiden naar de gastenkamer. Hij zegt tegen Herakles dat hij zijn dochters vannacht naar hem zal sturen; één voor één. Herakles stemt met ongenoegen toe met deze regeling. Normaal gezien zou hij er niets op tegen hebben, maar omdat hij kort zijn vrouw en kinderen kwijt geraakt is, is hij nog altijd aan het rouwen om hun verlies. Hij komt onderweg Theseus tegen die ook naar zijn kamer gebracht wordt door een slaaf.
‘Hé neef. Wat moest hij weten?’
‘Laten we zeggen dat hij en ik een overeenkomst gesloten hebben. Hij is bereid mij op te vangen en mij te reinigen als ik seks heb met zijn dochters.’
De slaven kijken op. Ze zijn verbaasd om dat te horen, dat hun koning zijn dochters weggeeft aan één man. Ze weten niet wie Herakles echt is, maar ze vragen zich wel af waarom één gewone man mag vrijen met de prinsessen terwijl andere, gewone mannen geen schijn van kans hebben.
‘Meen je dat. Verdomme. Ga je dat aankunnen?’
‘Natuurlijk dat. Ik ben Herakles.’
De twee mannen grinniken. Herakles lacht een klein beetje terwijl hij naar zijn kamer gebracht wordt door een slaaf. Herakles is zeker van zichzelf dat hij de opdracht aankan. Hij is nu eenmaal Herakles, de zoon van Zeus. Hij lijkt ervan overtuigd te zijn in deze opdracht te slagen hoewel hij het met tegenzin doet. Hij heeft tegenstellende gevoelens in verband met wat hij moet doen. Aan de ene kant, heeft hij geen zin om dat te doen omdat het te vroeg is, maar aan de andere kant heeft hij wel zin om met vijftig jonge vrouwen te vrijen. Wanneer zal hij nog een dergelijke kans krijgen in zijn leven om zoiets te doen. Hij besluit om er mee verder te gaan en toch te vrijen met de vijftig dochters van Thespios. Als de duisternis valt, komt de eerste dochter van Thespios de kamer van Herakles binnen. In één nacht, is Herakles erin geslaagd om seks te hebben met vijftien dochters van Thespios. De volgende ochtend ligt hij nog te slapen. Hij is niet uitgeput van de hele nacht te vrijen. Het is voor hem niet de eerste keer dat hij dit doet. Hij heeft dit nog al gedaan met Megara. Hij is aan het dromen, maar het is geen gewone droom. Het is aan hem te zien dat hij een nachtmerrie heeft. Hij droomt van de nacht dat hij zijn eigen gezin heeft vermoord. Hij ziet de Minyaanse soldaten voor hem staan. Hij is ze aan het doden, maar dan veranderen ze snel terug in Megara en de kinderen vooraleer terug te veranderen in de soldaten. Diezelfde ochtend heeft het nieuws dat Herakles bij Thespios is Kreon bereikt. Kreon is duidelijk niet opgetogen daarmee. Hij stuurt een boodschapper naar Thespios om hem te vragen Herakles uit te leveren aan Herakles, zoniet moet hij dit eisen. Voor Kreon is het duidelijk dat Herakles de dader is. Waarom anders zou hij vluchten naar een andere koning om gereinigd te worden door hem. Dit is een serieuze kaakslag voor de koning. Hij redeneert tegen zijn raadgever, die bij hem staat, dat als hij het gewoon had bekend en verteld waarom; er een kans was op reiniging, maar nu niet meer. Hij wil hem nu nog meer dan ooit voor een rechtbank brengen, veroordelen en zijn straf uitspreken. Hij is echt kwaad dat zijn eigen schoonzoon zijn dochter vermoord heeft. Dat is ergens ook normaal om zich zo te voelen. Elke ouder zou zich zo voelen in zijn plaats. Hij is zelfs bereid om huurlingen op hem af te sturen om Herakles voor het gerecht te slepen.
Hij wil liever zijn soldaten erop uitsturen om Herakles te doden, maar zijn raadgever had hem dit afgeraden. Het volk kon in opstand komen als hij hem gewoon gedood had zonder dat Herakles de misdaad bekende of ontkende. Als hij ter dood veroordeeld werd door een rechtbank, kreeg hij toch zijn wens. En mannen die hun gezinnen uitmoorden krijgen altijd de doodstraf.
Tegen de avond was de afgezant van koning Kreon aangekomen bij Thespios’ paleis. Hij kwam met de eisen van Kreon af, maar werd snel onderbroken door Thespios zelf. Hij moest er niets van weten. Hij wilde Herakles niet uitleveren aan Kreon en beval aan zijn wachters om de man dan ook buiten te gooien. Voor Thespios is het belangrijker dat zijn dochters zwanger worden van Herakles dan een misdadiger uit te leveren aan Kreon. Die nacht vrijde Herakles weer met vijftien meisjes. En de ochtend nadien had hij weer dezelfde nachtmerrie als de keer voordien. Hij heeft nog één nacht te gaan waar hij moet vrijen met twintig dochters om zijn opdracht voor Thespios te vervullen zodat die hem kan reinigen. De volgende avond vrijt hij met negentien dochters. De oudste wou er niet aan meedoen omdat zij zich ingewijd had in the cultus van Hestia. Voor Herakles was dat een opluchting. Zo moest hij met één meisje minder vrijen. Zoals de vorige nachten, gaan ze allemaal één voor één naar binnen. De ochtend nadien begint Thespios met zijn ceremonie om Herakles te zuiveren van de misdaad die hij gepleegd heeft. Herakles en Thespios bevinden zich in de ruimte waar het altaar staat van Hera. Op de grond lag er een zwart kleed, gemaakt van de huid van een zwarte ram. Herakles zet zich op zijn knieën op het kleed. Thespios pakt eerst een stuk wit kleed en legt die over het hoofd van Herakles. Vervolgens pakt hij een bol met zeewater. Hij functioneert nu als de priester van Apollon in dit reinigingsritueel. Hij roept Apollon aan om dit rituaal te aanschouwen.
‘Heer Apollon, deze persoon komt voor u te staan om gezuiverd te worden van moord. Zijn hart is nederig en hij wenst niets anders dan terug te keren naar de gemeenschap om zijn Goden te dienen. Zuiver hem van dit onrein en hij zal in ruil dankoffers brengen aan u.’
Thespios steekt zijn hand in de bol met zeewater en sprankelt het water over Herakles. Hij houdt de bol voor Herakles. Deze laatste doopt zijn handen zeven keer in het zeewater terwijl hij in stilte een gebed zegt tot Apollon. Herakles voelt al dat er iets veranderd is. Hij voelt zich niet zo neerslachtig meer als ervoor.
‘Heer Apollon. O’ Paian, O’ Phoibos, aanhoor mijn gebed, Doder van Python. Ik dank u om mij te zuiveren van moord. Ik zal straks dankoffers brengen aan u, O’ Lichtgevende.’ Thespios haalt het witte kleed van zijn hoofd af.
‘Je bent gezuiverd en je kunt de Goden nu weer gaan dienen zoals ervoor. Maak jezelf klaar om dankoffers te brengen aan Apollon.’
Herakles bedankt Thespios om hem te helpen zuiveren. Hij keert terug naar zijn kamer om van kleren te veranderen. Het is nu eenmaal gebruikelijk om van kleren te veranderen als je gezuiverd bent geweest en daarna dankoffers moet brengen aan de God. Hij brengt dankoffers van zonnebloemen en hyacinten aan Apollon.
Tegen de namiddag was Herakles al vertrokken richting Delphi waar hij het Orakel zal bezoeken van Apollon. Een reis die hem meer dan een week zal duren omdat Delphi nogal ver gelegen ligt van Thespiai. Delphi ligt ten noordwesten van Thespiai in de regio van Phokis, waar Delphi gelegen is aan een rivier. Op het moment is Delphi nog een redelijk klein stadje waar vooral Poseidon en Gaia vereerd worden. Er is ook een temenos te vinden van Athena Pronaia. Het is gelegen aan de berg Parnassos. Op hetzelfde moment dat Herakles Thespiai verlaat, komt de afgezant van Kreon terug aan bij de koning om hem te melden dat Thespios niet wou luisteren en hem vervolgens buiten gegooid heeft. Kreon is allesbehalve blij met dit nieuws en beveelt aan zijn raadgever om enkele huurlingen te ronselen, die achter Herakles aan moeten om hem terug naar Thebe te brengen.
--------------------------------------------------------------------------------------
Valete optime

Quintus
Quintus Aurelius Orcus
Rector ColRel
Rogator
Princeps gentis Aureliae
User avatar
Quintus Aurelius Orcus
Senator
Senator
 
Posts: 937
Joined: Sat Sep 14, 2002 5:05 pm
Location: Ghent, Belgica


Return to Collegium Religionum et Philosophiarum

Who is online

Users browsing this forum: No registered users and 2 guests

cron